Landelijke Beroepscommissie Klachten - Uitspraken
Titel: Commissie behandelt klacht in eerste aanleg
Soort zorgverlening: Verzorgingshuis
Categorie: Kwaliteit van zorg
Trefwoorden: uitspraak ongegrond, niet ontvankelijk
De kern van de klacht :
- Na slechte ervaringen in een andere zorginstelling hebben de ouders van klager drie jaar verbleven in de zorginstelling van de zorgaanbieder. Zijn moeder overleed in 2006, zijn vader in juni 2008.
- Aanvankelijk werd kwalitatief goede zorg verleend maar tengevolge van bezuinigingen ging de kwaliteit van zorg achteruit. Er werd overgeschakeld naar kleinschalig wonen, maar hiervoor waren de randvoorwaarden niet aanwezig zoals werken met vaste teams, voldoende gekwalificeerd personeel en adequaat toezicht. Het aanbod van activiteiten lag onder de norm.
- Klager heeft zijn zorgen diverse keren besproken met de directie en meldingen gedaan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de raad van toezicht, de externe klachtencommissie en de cliëntenraad. Hij heeft zich niet serieus genomen gevoeld. In juni 2008 toen zijn vader overleed werden zijn waarnemingen bevestigd. Er was geen sprake van professionaliteit en invoelingsvermogen.
- De zorgaanbieder liet na de vader van klager adequaat te behandelen voor een dubbele longontsteking. Uit het zorgdossier bleek dat zijn vader eenentwintig maal – al dan niet fysiek - in aanraking is gekomen met medebewoners. Gesprekken hierover met de directeur leverden niets op. De enige suggestie die werd gedaan was een klacht indienen bij de LBK.
- Doel van het indienen van de klacht is het verkrijgen van schadevergoeding. Immers er zijn hoge eigen bijdragen betaald zonder dat voldoende zorg is verleend.
- Klager heeft ook een melding gedaan bij de IGZ maar deze ziet geen aanleiding voor onderzoek. Hij heeft weinig vertrouwen in de IGZ en denkt dat er sprake is van willekeur.
- Naar zijn oordeel is de zorg ziek, de overheid is het spoor bijster. Hij is daarom bezig een nieuwe politieke partij op te richten.
- Naar zijn oordeel is de zorg ziek, de overheid is het spoor bijster. Hij is daarom bezig een nieuwe politieke partij op te richten.
- Als hij uit de behandeling van de klacht geen voldoening krijgt zal hij alles breed uitmeten in de media en ook andere stappen overwegen.
Verweer van de zorgaanbieder:
- Klager heeft geruime tijd zijn zorgen geuit over de zorgverlening in de zorginstelling van de zorgaanbieder. Deze klachten hadden betrekking op het inzetten van onvoldoende middelen in de zorg. Later heeft klager ook een klacht ingediend. In januari 2008 stuurde klager een mail dat het beter ging. De eerdere klacht waarover de interne klachtencommissie uitspraak deed heeft niets te maken net de nu voorliggende klacht.
- Na het overlijden van de vader van klager hebben gesprekken plaatsgevonden omdat klager geen vertrouwen had in de klachtencommissie. De zorgaanbieder heeft klager geadviseerd zijn klacht voor te leggen aan de externe klachtencommissie, maar klager voelde hier niet voor. Hij dreigde telkens de publiciteit te zoeken. Dat de externe klachtencommissie klager meedeelde dat er geen contract was met de zorgaanbieder zoals door klager in een email gesteld is onjuist. De zorgaanbieder heeft gespreksverslagen overgelegd van de gesprekken die met klager zijn gevoerd.
- Dat er geweldsincidenten zijn geweest is juist en de opsomming van klager is overeenkomstig het zorgdossier. De vader van klager was veelal de uitlokker van het geweld. Dit stond ook in het zorgplan vermeld. De zorgaanbieder kon het gedrag van de vader niet beïnvloeden, het was onderdeel van het ziektebeeld. Het toezicht werd verscherpt en er werd een benaderingsadvies opgesteld in overleg met de maatschappelijk werker en de psycholoog. Met de familie is in de negen maanden voor het overlijden meermalen gesproken over de incidenten. Klager heeft tweemaal per jaar het zorgdossier ingezien. Er is ook gesproken over het overplaatsen van de vader van klager naar een andere afdeling maar klager wilde dit niet. De contacten met klager waren goed tot zijn vader overleed.
- Ten aanzien van de klacht over het niet adequaat behandelen van de longontsteking verklaart de zorgaanbieder dat behandeling met antibiotica is ingezet en over is gegaan op palliatieve zorg toen de vader verder achteruit ging. De door klager gewenste behandeling werd door de behandelend artsen als niet zinvol aangemerkt.
- Na het overlijden van de vader van klager bleek dat klager moeite had met het rouwproces. De zorgaanbieder heeft ondersteuning aangeboden, maar klager wees dit af. Klager wenste compensatie te krijgen voor niet ontvangen zorg, aanvankelijk 5000 euro later 10.000 euro.
- De zorgaanbieder is van oordeel dat zij transparant heeft gehandeld door klager het zorgdossier te laten inzien en te laten bespreken met de zorgaanbieder en het medisch dossier met de artsen.
De commissie overweegt:
- De commissie heeft vastgesteld dat de klacht van klager noch door de interne noch door de externe klachtencommissie is behandeld door gebrek aan vertrouwen bij klager. De commissie behandelt de klacht derhalve, met instemming van partijen, als klacht in eerste aanleg.
- Uit de overgelegde stukken en het ter zitting gestelde is gebleken dat de zorgaanbieder het zorgplan waarin de situatie van de vader van klager is beschreven met klager heeft besproken. Klager heeft zelf zijn handtekening gezet onder het zorgplan van 18 januari 2008 en 27 mei 2008. Dat de in het zorgdossier vermelde geweldsincidenten klager bekend zijn geworden na het overlijden van zijn vader acht de commissie niet aannemelijk omdat klager de mogelijkheid had om het zorgdossier in te zien en het zorgplan op meerdere momenten is besproken met hem. Het voorstel om de vader van klager, mede in verband met de hiervoor genoemde geweldsaspecten, over te plaatsen werd door klager afgewezen.
- Het hiervoor genoemde geldt ten aanzien van de behandeling van de longontsteking eveneens. Ook deze wijze van behandelen van de longontsteking werd besproken met klager.
- Anders dan klager stelt zijn de geweldsincidenten en de wijze van behandelen van de longontsteking met hem besproken en was hij derhalve op de hoogte van het behandelplan op het moment dat zijn vader nog in leven was.
- Uit de tussen klager en zorginstelling gevoerde gesprekken waarvan gespreksverslagen zijn overgelegd blijkt dat klager klaagt vanwege persoonlijke motieven. Het is de commissie op grond van de inhoud van het dossier en zijn optreden op de zitting gebleken dat het hem met name te doen is om geldelijke vergoeding en om publiciteit te verkrijgen die hem dienstig kan zijn bij het oprichten van de hem voor ogen staande politieke partij. De commissie is niet bevoegd een uitspraak te doen over de door klager verzochte schadevergoeding, zodat dit onderdeel van de klacht niet ontvankelijk is.
CONCLUSIE: de commissie verklaart de klacht over de kwaliteit van zorg ongegrond en het onderdeel van de klacht dat betrekking heeft op vergoeding van schade niet ontvankelijk.
