Landelijke Beroepscommissie Klachten - Uitspraken
Titel: Onzorgvuldig mentorschap is de zorgaanbieder niet aan te rekenen
Soort zorgverlening: Verpleeghuis
Categorie: Kwaliteit van zorg
Trefwoorden: niet ontvankelijk
Met betrekking tot de feiten neemt de commissie als vaststaand aan:
- De moeder van klaagster heeft van 18 april 1997 tot haar overlijden op 8 maart 2005 verbleven in het psychogeriatrisch verpleeghuis van de zorgaanbieder. Op 13 februari 1998 is de oudste zoon van de moeder van klaagster benoemd tot mentor en op 23 november 1998 tevens tot bewindvoerder.
- Klaagster heeft een klacht ingediend bij de klachtencommissie van de zorgaanbieder over het negeren van op- en aanmerkingen van klaagster betreffende de medische zorg, het zich bemoeien met familieconflicten, het opleggen van beperkingen aan klaagster en het nalatig handelen jegens de moeder van klaagster waardoor zij is overleden.
- De klachtencommissie heeft de klacht van klaagster ten aanzien van het negeren van op- en aanmerkingen, het zich bemoeien met familieconflicten en het opleggen van beperkingen aan klaagster ongegrond verklaard, ten aanzien van de communicatie over de opgelegde beperkingen gegrond verklaard en over de klacht met betrekking tot het nalatig handelen jegens de moeder van klaagster geen uitspraak gedaan omdat zij over onvoldoende informatie beschikte om hierover te oordelen.
De kern van de klacht in beroep:
- Klaagster stelt dat de mentor in gebreke is gebleven bij de vervulling van zijn taak. In het belang van haar moeder heeft zij geklaagd over de verzorging. De zorgaanbieder negeerde haar op- en aanmerkingen. Weliswaar was er een communicatieschema opgesteld, maar de leidinggevenden waren er nooit om met haar te communiceren.
- Er was sprake van familieconflicten. De zorgaanbieder liet zich onjuist informeren door haar vader die niet toerekenbaar was. Niemand van de familie kwam op voor de rechten van haar moeder die leed onder de situatie dat er conflicten werden uitgevochten in haar bijzijn. De zorgaanbieder liet zich grievend uit over klaagster en negeerde haar adviezen.
- Het treffen van een bezoekregeling was een inperking van haar vrijheid om op bezoek te komen bij haar moeder wanneer zij dat zelf wilde. Tengevolge van de bezoekregeling is het gezin uit elkaar gevallen. Klaagster verwijt dit de zorgaanbieder.
- In verband met een verbouwing werd haar moeder met elf anderen op een kamer geplaatst. Een van de patiënten had een ernstige infectie waardoor ook de anderen werden geïnfecteerd. In een tijdsbestek van vijf maanden overleden alle kamergenoten. Dit had nooit mogen gebeuren. Zij verwijt de zorgaanbieder nalatig medisch handelen. Namens klaagster is nog naar voren gebracht dat dit laatste onderdeel het belangrijkste element van haar klacht vormt.
Verweer van de zorgaanbieder:
- De zorgaanbieder stelt dat zij zich altijd heeft ingespannen om een goed contact te onderhouden met de mentor en ook met klaagster. Er is getracht een weg te vinden in de familieverwikkelingen. De zorgaanbieder heeft getracht klaagster te ondersteunen in haar verdriet en gevoel van onvrede.
- De zorgaanbieder herkent wel de situatie die klaagster heeft geschetst in verband met de verbouwing maar heeft niet kunnen vaststellen dat er infectiegevaar was en dat veel bewoners van de bedoelde zaal zijn overleden.
- De zorgaanbieder hanteert kwaliteitssystemen en er vindt regelmatig toetsing plaats door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Dat er soortgelijke klachten zouden zijn ingediend door anderen dan klaagster is de zorgaanbieder niet bekend.
De commissie overweegt:
- De commissie komt tot het oordeel dat klaagster niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar klacht omdat de oudste zoon van de moeder van klaagster tot mentor was benoemd en de zorgaanbieder op grond van dit mentorschap gehouden was de contacten over de zorgverlening met deze mentor te onderhouden en anderzijds de mentor degene is die - anders dan klaagster - geacht mag worden bevoegd te zijn namens de (overleden) cliënt een klacht in te dienen.Dat klaagster van mening is dat het mentorschap niet zorgvuldig werd uitgeoefend doet hier niet aan af. Haar klachten over het uitoefenen van het mentorschap had zij voor kunnen leggen aan de Rechtbank die bevoegd was de mentor te benoemen. Er is niet gebleken dat zij dit heeft gedaanVoor zover klaagster bedoeld heeft te klagen over haar eigen behandeling door de zorgaanbieder, waaronder begrepen het treffen van een bezoekregeling, het kiezen van partij in een familieconflict het zich grievend uitlaten over klaagster en het negeren van de adviezen van klaagster, wordt zij eveneens niet ontvankelijk verklaard. Klachten kunnen alleen in behandeling worden genomen wanneer het betreft een handelen ten opzichte/ten nadele van een cliënt van de zorgaanbieder en niet wanneer het betreft een handelen ten opzichte/nadele van een familielid van de desbetreffende cliënt.
- De klacht over het medisch handelen had klaagster in ieder geval kunnen voorleggen aan de inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
CONCLUSIE: de commissie verklaart het beroep niet ontvankelijk.
