Landelijke Beroepscommissie Klachten - Uitspraken
Titel: Verwachtingen ten aanzien van verzorging stemmen niet overeen
Soort zorgverlening: Verpleeghuis
Categorie: Kwaliteit van zorg
Trefwoorden: uitspraak ongegrond
Met betrekking tot de feiten neemt de commissie als vaststaand aan:
- De moeder van is op 14 juni 2007 opgenomen in het verpleeghuis van de zorgaanbieder. Het betrof een crisisopname. Zij was volledig zorgafhankelijk. Op 24 juli 2007 is zij overleden.
- Klager heeft een klacht ingediend bij de klachtencommissie van de zorgaanbieder over het gebrek aan kwaliteit van zorg. Deze bestond naar zijn oordeel uit het verstrekken van onvoldoende eten en drinken, onjuiste lichamelijke verzorging, het ontbreken van revalidatietherapie, het onjuist bereiden van voeding, onvoldoende communicatie, rumoerige huisvesting, het laten versterven, verwonding van het rechteroog en het niet, te laat en onjuist aanbieden van medicatie.
- De klachtencommissie van de zorgaanbieder heeft de klacht van klager op alle onderdelen ongegrond verklaard overwegende dat klager, nu zijn stellingen door de zorgaanbieder worden betwist, op zijn minst aanwijzingen of bewijsstukken moet kunnen overleggen waaraan enige onderbouwing van zijn stellingen is te ontlenen. Klager is hierin niet geslaagd. Het zorgdossier had wellicht de stellingen van klager kunnen ondersteunen maar de klachtencommissie heeft niet over het zorgdossier kunnen beschikken.
De kern van de klacht in beroep:
- Klager handhaaft in beroep zijn klachten. Hij is van oordeel dat in het verpleeghuis waar zijn moeder heeft verbleven grote wanorde heerst op praktisch alle belangrijke en noodzakelijke voorzieningen, met een structureel karakter.
- Klager heeft na de eerste zitting van de commissie een lijst overgelegd van documenten die van de zijde van de zorgaanbieder overgelegd zouden moeten worden en noodzakelijk zijn voor zijn bewijsvoering en een goede oordeelsvorming. De zorgaanbieder heeft desondanks niet de gevraagde stukken overgelegd. Klager heeft daarom de commissie verzocht de Raad van Toezicht van de zorgaanbieder te benaderen om langs die weg de benodigde stukken overgelegd te krijgen. Klager blijft van mening dat deze stukken voor de behandeling van het beroep noodzakelijk zijn.
- Toen zijn moeder nog thuis verbleef had hij haar op een uitstekend voedingspeil. Na opname in het verpleeghuis verslechterde dat snel. Hij gaf tips hoe zij gevoed zou moeten worden maar die werden niet opgevolgd. Na een kleine week stelde de logopediste een lijst op van voeding en drank met instructies over het indikkingsbeleid en een tijdschema. Keer op keer werd de voeding niet volgens de instructies bereid en toegediend hetgeen voor zijn moeder een levensbedreigende situatie inhield. Nadat eindelijk schriftelijke afspraken waren gemaakt werd hem direct hierop te verstaan gegeven dat hij zich niet meer mocht bemoeien met de voedseltoediening aan zijn moeder en haar nog slechts één maal per dag mocht bezoeken. Het is voor hem onbegrijpelijk dat een dergelijke maatregel werd getroffen. Hij is immers als zoon en mantelzorger degene die precies weet hoe zijn moeder verzorgd moet worden.
- Voor hem is het heel belangrijk het document in te kunnen zien met de rapportage van de second opinion van de andere logopediste. Het stuk dat de zorgaanbieder heeft overgelegd is dit niet. Doordat hij niet over dit stuk beschikt wordt hij belemmerd in zijn bewijsvoering.
- Er werd telkens opnieuw verkeerd incontinentiemateriaal gebruikt ondanks zijn aanwijzingen hieromtrent. Bovendien werd het incontinentiemateriaal niet vaak genoeg verwisseld.
- De medicatie werd niet of te laat en ook niet op de juiste manier toegediend. Zijn moeder had slikproblemen en de medicijnen werden geplet aangeleverd met scherpe randen eraan. Ook werden medicijnen gegeven opgelost in water dat onvoldoende was ingedikt.
- Klager heeft de indruk gekregen dat het beleid er op gericht was zijn moeder te laten versterven, terwijl in zijn visie zijn moeder wilde blijven leven en had kunnen blijven leven.
- Klager is van mening dat de zorgaanbieder hem door het achterhouden van stukken onvoldoende gelegenheid geeft om zijn beweringen met bewijsstukken te onderbouwen.
Verweer van de zorgaanbieder:
- De zorgaanbieder heeft in haar verweerschrift gedocumenteerd gereageerd op de lijst met documenten die door klager is gevraagd. Zij beschikt niet over meer stukken dan zij heeft overgelegd. Voor het overleggen van het zorg- en medisch dossier gaven de andere naaste familieleden (twee zusters van klager) aanvankelijk geen toestemming. Deze toestemming werd later wel gegeven zodat deze dossiers aan klager en aan de commissie gestuurd konden worden zij het dat enkele passages zwart zijn gemaakt op verzoek van de betreffende familieleden.
- De rapportage van de second opinion van de andere logopediste bestaat niet. Haar conclusie dat zij het beleid van haar collega logopediste onderschreef staat vermeld in het zorg- of medisch dossier en deze conclusie is voor het verweerschrift hieruit overgenomen.
- Met betrekking tot de situatie van de moeder van klager was in feite het ziekteproces onomkeerbaar. Het was nagenoeg onmogelijk in deze situatie verandering aan te brengen. De visie en beleving van klager was en is anders dan de feitelijke toestand was. De zorg en betrokkenheid van klager werd door de zorgaanbieder gedeeld, maar de communicatie verliep moeizaam. Medewerkers ervoeren het gedrag en de houding van klager, zoals uit het zorgdossier valt te lezen, als intimiderend en bedreigend. De zorgaanbieder achtte het in het belang van haar cliënte dat er een mentor werd benoemd. Hieraan is men niet meer toegekomen.
- De zorgaanbieder betreurt het dat klager de zorg aan zijn moeder heeft ervaren zoals hij heeft gesteld. De zorgaanbieder erkent en herkent de klacht niet. Het verpleeghuis voldoet aan alle kwaliteitsnormen. Bij opname werd de behandelmethode besproken. Deze zou zijn gericht op kwaliteit van leven en niet op levensverlenging.
De commissie overweegt:
- De commissie heeft klager schriftelijk bericht dat zij niet kan eisen dat door partijen stukken worden overgelegd. De commissie acht zich overigens door de zorgaanbieder voldoende geïnformeerd.
- De commissie stelt vast dat de verwachtingen van klager ten aanzien van de verzorging van zijn moeder in het verpleeghuis van de zorgaanbieder niet overeenstemden en overeenstemmen met wat de zorgaanbieder kon bieden en behoorde te bieden. Klager gaat ervan uit dat hij als zoon en mantelzorger het beste weet hoe zijn moeder verzorgd moest worden. Wanneer echter de zorgverlening wordt of moet worden overgelaten aan een professionele organisatie dan kan het niet anders dan dat de verantwoordelijkheid voor de geboden zorg aan die organisatie wordt overgelaten vanzelfsprekend met inachtneming van de wensen en verlangens van de cliënt en/of diens familie althans voorzover deze in redelijkheid kunnen worden gehonoreerd.- Klager heeft in zijn klacht aangegeven dat verschillende handelingen door de zorgaanbieder naar zijn oordeel niet dan wel onjuist zijn uitgevoerd. De zorgaanbieder heeft onder overlegging van het medisch- en zorgdossier aangegeven waarom bepaalde (medische) handelingen niet conform de wens van klager konden en/of werden uitgevoerd. Hierbij speelde de eigen verantwoordelijkheid van de arts en andere beroepsbeoefenaren een belangrijke rol. Dat klager in zijn hoedanigheid van mantelzorger van zijn moeder een andere zienswijze had en heeft op de wijze waarop bepaalde al dan niet medische handelingen dienden te zijn uitgevoerd doet hier niet aan af. De zorgaanbieder en haar medische staf zijn eindverantwoordelijk voor de zorgverlening die binnen haar verpleeghuis wordt verstrekt. Uit niets is gebleken dat de zorgaanbieder niet heeft voldaan aan de geldende kwaliteitsnormen.
- De commissie bevestigt de uitspraak van de klachtencommissie dat klager niet met bewijsstukken zijn stellingen dat de kwaliteit van zorg niet aan de criteria voldeed heeft onderbouwd. In tegenstelling tot de klachtencommissie van de zorgaanbieder beschikt de commissie wel over het medisch- en zorgdossier. De stellingen van klager vinden hierin geen bevestiging. Dat klager zou zijn geschaad in zijn bewijsvoering doordat de zorgaanbieder in zijn visie stukken voor hem zou achterhouden is naar het oordeel van de commissie niet aannemelijk. Uit het overgelegde medisch- en zorgdossier kan het verloop van de zorgverlening aan de moeder van klager naar het oordeel van de commissie voldoende worden afgelezen.
